bijgewerkt op
zondag 5 februari 2012
 


bezoekers sinds 15 maart 2004

Meditatie_Nbanner

Heerlijkheid, luister en glorie—dat kan niet missen

God heeft een geweldige luister, een Koninklijke “heerlijkheid”. Het oude testament gebruikt het woord כבוד [KABooD; Hebreeuws loopt van rechts naar links]; het nieuwe testament gebruikt het woord δοξά [doxa]. De vorige Nederlandse vertaling, de NBG, zegt meestal heerlijkheid, de nieuwe vertaling, de NBV, gebruikt allerlei woorden waaronder het woord luister. De Engelsen en de Fransen zeggen glory en gloire (“ŕ toi la gloire”) en wij zeggen in onze liederen glorie aan het Lam.

In de brief aan de Romeinen staat iets opmerkelijks.  Namelijk dat Jezus uit de doden opgewekt is door de heerlijkheid [δοξά] des Vaders (Rom. 6:4). De heerlijkheid van God is een kracht. De heerlijkheid van God had de kracht om het dode lichaam van de Here Jezus levend te maken. Heerlijkheid is veel meer dan een heiligenkrans, veel meer dan een versiering. Goed om na te denken over de heerlijkheid [δοξά] van God [1]. Eerst drie voorbeelden uit de bijbel.

(1). Een stuk van Gods geweldige luister zien we toen Jezus werd geboren. God stuurde een engel om het aan de herders te vertellen. De engel verscheen met de heerlijkheid van God. De heerlijkheid omstraalde de herders. Hun reactie was: zij vreesden met grote vreze of (NBV) ze schrokken hevig. De heerlijkheid van God is imponerend, ontzagwekkend, overrompelend. Je kunt er niet omheen. De engel moet eerst de herders op hun gemak stellen: “Wees niet bang”.

(2). Het tweede voorbeeld: Toen Jezus opstond uit het graf. Een engel komt uit de hemel naar beneden, gaat naar het graf, rolt de steen weg van de ingang, en gaat op de steen zitten. Hij ziet eruit als de bliksem en zijn kleren zijn verblindend wit. Je kunt er eigenlijk niet naar kijken. De Romeinse “custodia”, een afdeling van 4x4 soldaten kon er niet tegen. Door vrees bevangen werden ze “als doden” (Mat. 28:4). Dappere soldaten in onmacht als wassen beelden. De engel heeft er geen boodschap aan. Hij laat de dappere soldaten lekker liggen. Wel heeft de engel een boodschap aan de vrouwen die waren gekomen om het graf te bezoeken. Ook zij waren bang. Hij stelt hen gerust: “Wees niet bang”.

Niemand kan om de heerlijkheid van God heen; je wordt overrompeld, je raakt van je stuk of van je stokje. Zelfs mensen die met God leven moeten gerustgesteld worden. Mensen die geen boodschap hebben aan God worden genegeerd; zij worden niet gerustgesteld.

(3). Het derde voorbeeld is het visioen van Johannes op het eiland Patmos. Hij ziet Jezus: … gekleed in een lang gewaad en met een gouden band om zijn borst; zijn hoofd en haren wit als witte wol of als sneeuw, zijn ogen als een vlammend vuur; en zijn hoofd en haren wit als witte wol, als sneeuw; en zijn ogen als een vuurvlam; zijn voeten gloeiend als brons uit een oven; zijn stem als het geluid van geweldige watermassa’s; in zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard; zijn gezicht schitterde als de felle zon (Op. 1:13-16). Weer is de heerlijkheid overweldigend. Als dood valt Johannes neer voor de voeten van de Here Jezus. Ook hij moet gerustgesteld worden. Jezus legt zijn rechterhand op Johannes en zegt “wees niet bevreesd”. Die hand en die stem had Johannes hard nodig.

En dit was nog maar heerlijkheid verpakt in een visioen. Kunt u nagaan wat de echte heerlijkheid is. Na de opstanding is de Here Jezus naar de hemel gegaan. Hij is door God verheerlijkt. Hij ontving dezelfde heerlijkheid [δοξά] als God zelf.

Met de bedoeling om die heerlijkheid ook aan ons te geven. Hebr. 10:2: God wil [niet alleen Jezus maar] vele zonen [ook ons] tot heerlijkheid brengen. Fil. 3:21: [het verschijnen van Jezus zal] ons vernederd lichaam veranderen zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt. Letterlijk: … gelijkvormig aan zijn lichaam van heerlijkheid [δοξά].

Vergeleken met dat “lichaam der heerlijkheid” hebben u en ik op dit moment een vernederd (NBG) of armzalig lichaam (NBV). Wanneer was u voor het laatst verkouden, ziek, bij de dokter of in het ziekenhuis? Wanneer had u voor het laatst pijn; wanneer voor het laatst vrij van pijn, vrij van ziekte? Bent u 100% tevreden over uw lichaam? Gebrokenheid van de schepping noemen we dat. Volgens de bijbel gaat die gebrokenheid voorbij. Wanneer? Als Jezus komt! Als hij verschijnt en wij hem zullen zien. Niet in een droom of in een visioen maar in het echt, “zoals hij is” (1 Joh.3:2), in volle heerlijkheid. Door ons hele wezen, door ons hele lichaam zal een schok gaan van ontzagwekkende, onbeschrijfelijke heerlijkheid. Die schok verandert ons lichaam en maakt het net zo heerlijk, zo luisterrijk als Zijn verheerlijkt Lichaam. Afgelopen met de vernedering en de armzaligheid!

Het komt als een schok. Opeens zullen we op de Here Jezus lijken; opeens zijn we hem gelijk. Eén van onze liederen is “ik wil meer en meer gaan lijken op Jezus”. Natuurlijk goed dat we ons richten naar Hem; dat we zijn principes als voorbeeld nemen voor ons leven en voor ons karakter. Maar het is hier niet “een beetje lijken op Jezus en dan nog een beetje”—nee, het is in één keer klaar en gebeurd.

De schok van ontzagwekkende heerlijkheid is de dood voor de soldaten. Maar die schok maakt onze lichamen energiek, fris en fit zoals ze nog nooit geweest zijn. Het verschil tussen ons en “de soldaten” is de doop. Door de doop hebben wij ons met Jezus verbonden. Met hem begraven, en met hem opgestaan in een nieuw leven. Dat nieuwe leven is op dit moment nog niet geopenbaard (1 Joh.3:2). We zien er weinig en soms niets van. Maar eens zal het komen, en voor altijd komen: onze eeuwige luister (δοξά, 2 Kor.14:7). Want van God is het koninkrijk en de kracht en de δοξά, tot in eeuwigheid.

Omdat de heerlijkheid voor altijd is, is het mislopen of “derven” van die heerlijkheid zo erg. NBG: Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid—δοξάGods (Rom. 3:23).

Daarom is de beslissing om Jezus te kruisigen ook zo’n blunder geweest. De man kruisigen die jou aan Gods heerlijkheid zal helpen?? 1 Kor. 2:8 En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van [dat plan] geweten, want indien zij van [dat plan] geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. In sommige handschriften van de bijbel staat, voor alle duidelijkheid, zouden zij de Here van hun eigen heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Hun heerlijkheid, omdat zijn heerlijkheid onze heerlijkheid wordt. Hem weggooien is hetzelfde als je eigen heerlijkheid weggooien. Dom, want die heerlijkheid moet je voor geen goud missen.

In de drie voorbeelden zagen we dat de hemelse heerlijkheid niet vrijblijvend is. De hemelse heerlijkheid kun je niet negeren, eraan voorbijzien. De heerlijkheid is indringend, overrompelend, overweldigend. Zijn eerste komst op aarde was helemaal niet overrompelend en overweldigend. Mensen konden Jezus wegsturen zoals ze in het land tegenover Galilea deden (Luk. 8:37). Je kon Jezus gevangen nemen zoals de leiders van die tijd deden (Joh. 18:12). Je kon hem tegenspreken, en in zijn gezicht kwaad van hem spreken (Joh. 8:49). Jezus liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open (Jes. 53:7). Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gezicht voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht (Jes. 53:3).

Maar als Jezus de tweede keer komt is dat totaal anders. No more man of sorrows, geen “man van smarten” meer, maar Jezus in de heerlijkheid van God, koninklijk, vol kracht en heerlijkheid. Indringend, overrompelend, overweldigend. Een schok voor ieder mens; een schok die ieder mens afzonderlijk moet verwerken. Geen mens kan die heerlijkheid negeren; kan doen alsof er niets aan de hand is; niemand kan zich eraan onttrekken. Sommigen worden als doden en wij worden verheerlijkt. Een scheiding, een uiteengaan, een oordeel. “Wie zal op die grote morgen juichen voor die majesteit; wie zal op die grote morgen vluchten voor die heerlijkheid.” 

 

Louis Boer, december 2011/januari 2012



[1] De NBG vertaalt de δοξά van Romeinen 6:4 als majesteit; de NBV vertaalt de δοξά van Romeinen 6:4 als macht.