bijgewerkt op
maandag 21 juni 2010
 


bezoekers sinds 15 maart 2004

Meditatie_Nbanner

Wanneer wordt God koning van de wereld

God gaat de macht overnemen! Afgelopen met de huidige regeringen en machtsverhoudingen. Daniël zag het aankomen (Dan 2:44); Johannes de Doper predikte het (Matth 3:2). Precies hetzelfde was het “evangelie”, die overwinningsboodschap van onze Here Jezus. De Here Jezus predikte het evangelie Gods; voluit het evangelie van het koninkrijk van God. Dat betekent: de overwinningsboodschap dat God koning gaat worden (Marc 1:14, Luc 16:16). Niet zomaar woorden en loze beweringen want op dat moment wās het koninkrijk van God er ook. In de nabijheid van Jezus werden zieken genezen, kregen blinden het gezicht, konden doven weer horen en stonden zelfs doden op. Manifestaties van Gods koninkrijk.

Het koninkrijk wās er, maar toch leerde de Here Jezus zijn volgelingen het onze Vader bidden: Onze vader, die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd, uw koninkrijk kome … Het koninkrijk moest dus nog komen. Het koninkrijk moest immers de hele wereld vervullen, en niet alleen de kleine kring om Jezus heen. Pas als de korenaar sterft, kan hij vrucht dragen.

Na het sterven en de opstanding van de Here Jezus is de grote vraag: Wanneer wordt God koning van de wereld (Hand 1:6). Uit de brieven spreekt een grote verwachting. Zo groot dat Paulus op de rem ging staan, “laat je niet gek maken” (2 Thess 2:1-2). Het koninkrijk is niet gekomen in de tijd van de brieven. Het is er nog steeds niet. We blijven bidden, iedere dag, “uw koninkrijk kome”, al bijna 2000 jaar lang. (Bijna 2000 jaar, want de Here Jezus sprak het Onze Vader uit rond het jaar 30. Pas in 2030 is het 2000 jaar geleden. Nog 20 jaar wachten dus.)

Bij de Here is duizend jaar als een dag (2 Pet 3:8; Ps 90:4), dus bidden we slechts twee hele dagen. Maar voor ons mensen is 2000 jaar erg lang. Petrus schreef dat die lange wachttijd de spotlust zal opwekken. Smalend wordt aan ons gevraagd “Waar blijft dat koninkrijk nou?” (2 Pet 3:4). We vragen het onszelf ook wel eens af: hebben we het verkeerd begrepen? Luister dan naar wat Petrus zegt. God doet niet langzaam-aan en is niet vertraagd, maar als hij te snel het startsignaal voor zijn koninkrijk zou geven, zouden teveel mensen buiten de boot vallen en verloren gaan. En dat druist in tegen Gods vriendelijkheid en goedheid (2 Pet 3:9).

Mattheüs 13:24-32 vergelijkt de komst van het koninkrijk met een akker waar de baas tarwe op gezaaid heeft, met de bedoeling om straks een mooi oogst binnen te halen. Maar ’s nachts is een boosaardig iemand gekomen met handenvol onkruid. Als het zaad opkomt, staat er dus allerlei onkruid tussen de tarwe. “Zullen we het uittrekken?” vragen de knechten. Niet doen, zegt de baas, want dan gaan er ook goede plantjes mee; laat maar samen rijp worden en als het rijp is, kunnen we het onkruid er tussenuit halen. 

Met dat verhaal geeft de Here Jezus ons inzicht in de grote vraag: wanneer God koning wordt. De akker is de wereld. Jezus zelf is degene die het goede zaad zaait. De goede plantjes, de tarwe, dat zijn de kinderen van God. De boosaardige man, dat is de duivel; het onkruid, dat zijn de kinderen van de boze. De oogst is het einde van de wereld. De knechten, dat zijn de engelen. Als het onkruid weggehaald is, zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun vader (Matt 13: 37-43).
Als God te vroeg het eindsignaal zou geven, zouden sommige goede plantjes meegetrokken worden met het onkruid. Meegetrokken en verloren gaan omdat ze te zwak zijn, omdat ze nog niet vast genoeg in de aarde staan, omdat hun wortels samengegroeid zijn met onkruidwortels. Dan zouden goede plantjes verloren gaan, en dat wil God niet. 

De gelijkenis laat zien dat de wereld aan het rijpen is. Er is een ontwikkeling gaande, door 20 eeuwen heen. Nee, geen evolutie naar een steeds betere mensensoort maar een ontwikkeling waar de goede plantjes steeds zelfstandiger worden, steeds steviger geworteld in de aarde, hun wortels steeds minder gemengd met boze wortels.

Misschien zie ik iets van die ontwikkeling. Ik denk aan de waardering van het kerkelijk zijn, het “naar de kerk gaan”. Tot zo’n 70 jaar geleden was iedereen wel iets kerkelijks. Dat moest ook wel, want anders kon je moeilijk aan werk komen, en carričre maken. Nergens aan doen, dat was geen aanbeveling voor promotie. Dus had kerklidmaatschap materiële voordelen. Een klein worteltje van kwaad kon zich mengen in het lid zijn van een gemeente. 

Dat is tegenwoordig wel anders. Of je een baan of opdrachten krijgt, of mensen je respecteren, dat hangt helemaal niet meer af van kerklidmaatschap. Eerder andersom; in sommige kringen ben je juist minder welkom als je christen bent. Daarom voor christenen minder risico dat ze samengroeien met een onbehoorlijk worteltje van materieel gewin, God dienen om geld.

Hetzelfde gold ook voor de gemeenteleiding. Vroeger heette het “de dominee, de dokter, de notaris; de optelsom van al wat goed en recht en waar is”. Dominee zijn, dān was je iemand, dan stond je in aanzien, net als de dokter en de notaris. Een worteltje van “eer van mensen” kon gemakkelijk samengroeien met de voortreffelijke wens om een gemeente te leiden. Ik heb de indruk dat dat voorbij is. Met minder kans voor samengroei met een worteltje van kwaad.

Het idee van een wereld die rijpt, vinden we ook in het bijbelboek Openbaring, 14:14-18. Twee engelen staan klaar om te oogsten. Dat mag niet zomaar; ze mogen pas beginnen als uit de tempel het eindsignaal komt “de oogst van de aarde is rijp”. Dan pas, en niet eerder.

We weten uiteindelijk niet wanneer het koninkrijk van God begint. Misschien rond 2030? We kunnen nog zo mooi rekenen maar de bijbel waarschuwt dat het net zo onverwacht komt als een dief in de nacht (1 Thess 5:2; 2 Pet 3:10). Tegelijk weten we dāt het een keer gaat komen. “Nog even, en Hij die komen zal, zal komen en niet op zich laten wachten” (Hebr 10:37). “Zo zeker als de dageraad is zijn komst” (Hosea 6:3). De nacht kan lang duren, maar er komt een keer een eind aan. Wie weet, eerder dan wij denken.

juni 2010 - Louis Boer