Wie niet horen wil, moet voelen. Zouden de medestanders van Jezus dat gedacht hebben toen Jezus voor hun ogen verraden en gearresteerd werd? Eén van hen pakte een zwaard en sloeg, hoe wonderlijk, het oor van één van de tegenstanders eraf. Malchus heette het slachtoffer, de dienaar van de hogepriester. De reactie van Jezus was tegengesteld aan die van zijn medestanders. Onmiddellijk stopte hij het geweld met de woorden: “Zo is het genoeg!” Voor de onfortuinlijke Malchus was het natuurlijk veel te veel. Hoe moest hij horen zonder oor? Maar voor hij zich dat goed en wel bewust was, raakte Jezus zijn oor al aan en genas hem. Voor Jezus zelf gold: Wie hoort, moet voelen. Zijn gevecht had hij al gestreden in de hof van Getsémané. Daar vroeg God hem om de lijdensbeker leeg te drinken. De consequenties daarvan zou hij nu gaan voelen. En Malchus? Wat zou hij nu, na het voelen van Jezus‘ hand, horen?